Beelddenken

Mamma

Alle kinderen zijn eerst beelddenkers: een baby denkt aan mamma en ziet een plaatje van de mamma. Volwassenen maken baby’s duidelijk dat daar een woord bij hoort. Als een baby voor het eerst ‘mamma’ zegt, krijgt hij of zij waardering en het gehoopte resultaat. Daarmee gaat de baby inzien wat het nut is van het gebruiken van taal.

Zo leer je om (ook) te denken in woorden.

Bij je geboorte gaat je rechterhersenhelft meteen fanatiek aan de slag; na de eerste levensjaren wordt je linkerhersenhelft, waar het taaldenken zit, steeds actiever.

Surround bioscoop

Dit gebeurt niet bij alle kinderen in hetzelfde tempo of op dezelfde manier. Per klas blijft bij 2 of 3 kinderen de rechterhersenhelft de nr 1. Horen deze kinderen iemand praten, of lezen ze een tekst, dan zien ze alsnog vooral plaatjes. Ze zijn daar zo goed in, dat ze per seconde meer beelden kunnen zien dan je op tv ziet. Bij die beelden voelen ze vaak van alles, soms horen ze er geluiden bij: je kunt je voorstellen dat het heel druk kan zijn met zo’n ‘surround bioscoop’ in je hoofd. En als je zo druk bent met droomdenken, dan mis je weleens een deel van wat je leest of wat iemand je vertelt.

Aan de buitenkant van een bioscoop kun je niet zien of er op dat moment een film draait, of welke film dat dan is. Daarom hangen er grote borden op het gebouw, met spectaculaire foto’s en illustraties. Dit worden uitingen genoemd. Zo krijgen mensen interesse in wat er binnen gebeurt.


Beelddenkers hebben vaak niet in de gaten dat de meeste andere mensen niet steeds van die films in hun hoofd hebben.